StartpaginaVan de redactieArchief

Vorming

Volkshogeschool Vlaamse Ardennen – Dender komt eraan



Op 11 juli 2003 werden in het statige stadhuis van Geraardsbergen de statuten ondertekend: net zoals in 12 andere regio’s komt er ook in Zuid-Oost-Vlaanderen een Regionale Volkshogescholen. Goed nieuws voor volwassenen die – op welk gebied dan ook – hun vaardigheden en kennis willen bijspijkeren. Opvallend is dat de nieuwe vereniging gedragen wordt door een ruim samenwerkingsverband en dat het de bedoeling is om met ‘vorming naar de mensen te gaan’ en niet omgekeerd. Niet eenvoudig in een uitgestrekt en grotendeels landelijke regio als Aalst-Oudenaarde!

Volkshogescholen Stichting-Lodewijk De Raet, Vlied vzw en Vormingcentrum Samen ontplooien weliswaar een cursusprogramma in Z.O.-Vlaanderen en tal van sociaal-culturele verenigingen vullen dit aan, maar volstaat dit? Neen, vindt de Vlaamse Gemeenschap die het Volkshogeschoollandschap ondersteboven haalt. Door regionalisering en fusies verschijnen er – onder meer in de ‘blinde vlek’ Aalst-Oudenaarde – nieuwe instellingen. Bestaande instellingen zoals de Oost-Vlaamse Volkshogeschool verdwijnen.

Geschenk
‘Een geschenk voor de regio’, zegde Joris De Snoeck, secretaris van de nieuwe Regionale Volkshogeschool terecht. De meesten onder ons zullen niet weten wat ze missen, maar beeld je eens in dat àl het vormingsaanbod dat je ten dienste staat in je eigen omgeving (ongeacht wie het inricht) overzichtelijk bekend gemaakt wordt. Dat je niet meer vele kilometers ver moet gaan om interessante cursussen te kunnen volgen. Dat er gewerkt wordt aan een gevarieerd aanbod, dat niet meer op toeval berust maar rekening houdt met de noden die er zijn in de streek. Een aanbod ook dat mensen nog meer kansen geeft tot ontmoeting – een fundamentele doelstelling van het gehele sociaal-culturele werk. En achter de schermen: samenwerking, coördinatie, taakverdeling… van al die organisaties die je wat kunnen aanbieden.
Streekontwikkeling heeft niet alleen met industrieterreinen en expresswegen te maken. Misschien zelfs niet op de eerste plaats.
Tussen de juridische stichtingsdatum en de feitelijke start van de werking dienen nog heel wat voorbereidingen getroffen. In afwachting is het de moeite waard om in het inventarisatierapport te bladeren dat door Katrijn Provost, de enthousiaste kersverse voorzitster, opgesteld werd. Welke noden zijn er?
Enkele citaten (Wie het volledige rapport wenst, kan dit via e-mail bekomen op het contactadres dat u onderaan vindt):

ZO Vlaanderen
- Zuid-Oost-Vlaanderen is een vrij uitgestrekte regio met verschillende kernen die los staan van elkaar. Slechts enkele steden hebben een aantrekkingskracht op de omliggende dorpen en gemeenten op het gebied van sociale of culturele participatie. Dit is tot op zekere hoogte zo voor Oudenaarde, Aalst, en Zottegem. De andere grotere gemeenten of steden (zoals Ninove, Geraardsbergen, Ronse, Sint Lievens Houtem ...) slagen hier veel minder goed in. Hier wordt die centrumfunctie niet erkend door de omringende dorpen en blijven de mensen onder 'hun' kerktoren als ze willen participeren aan sociale of culturele activiteiten.
Naast het feit dat het voor veel van de steden en gemeenten dus blijkbaar al moeilijk is om de mensen uit de omliggende dorpen naar hun stad te krijgen, blijft het ook een feit dat het om relatief kleine steden gaat (met uitzondering misschien van Aalst) en dat de steden Gent en Brussel vlakbij liggen en op hun beurt als een magneet cultuurminnende mensen aantrekken.

- In het zuiden loopt de taalgrens.
Ronse is een Vlaamse gemeente met faciliteiten voor Franstaligen. Het is een stad die in het begin van vorige eeuw een economische bloeiperiode meemaakte door de textielindustrie maar die –in tegenstelling tot Oudenaarde– niet mee-evolueerde met de nieuwe economie. Ronse is haar positie van aantrekkingspool voor de Nederlandstalige gemeenten rond Ronse kwijt (iedereen gaat naar Oudenaarde en zelfs jonge mensen uit Ronse trekken naar Oudenaarde) én er is een heel grote groep van jonge mensen die uitsluitend Franstalig is (en dit zijn dan nog hoofdzakelijk mensen uit de 4de wereld of migranten). Dit is een groep mensen die gedoemd is tot de werkloosheid, want Ronse blijft een Nederlandstalige stad en als je geen Nederlands kent dan kun je er niet werken. Niet minder dan 78% van de Franstalige jongeren in Ronse vindt geen werk terwijl dit slechts 5% is bij de Nederlandstalige jongeren. Dit is dus een enorme hypotheek op de toekomst.’
De problematiek voor de grensgemeente Geraardsbergen is vergelijkbaar met die van Ronse.
Ook Geraardsbergen - ligging niet ver van Brussel - is een aantrekkelijke vestigingsplaats voor migranten die de grootschaligheid en onveiligheid van Brussel willen ontvluchten. Wel is Geraardsbergen duidelijk een Nederlandstalige stad en stelt het probleem van de verfransing zich hier minder sterk.

- Er worden ruwweg twee groepen onderscheiden.
Als men spreekt over de agrarische, behoudsgezinde, wantrouwige inwoner van Zuid-Oost-Vlaanderen, dan verwijst men naar die oorspronkelijke, overblijvende inwoners die vaak nog hun sociaal netwerk vinden onder de kerktoren en die eigenlijk geen nood hebben aan nieuwe initiatieven.
Daarnaast heb je de inwijkelingen: Zuid-Oost-Vlaanderen is een mooie, rustige streek die eigenlijk 2 soorten inwijkelingen heeft gekend: een eerste groep die hier in de jaren '60 en '70 is komen wonen. Dit waren vaak alternatieve, natuur- en milieuminnende mensen die hier in kleine boerderijtjes op de 'buiten' zijn komen wonen. In tweede instantie is er de groep inwijkelingen die hier pas in de laatste decennia zijn komen wonen en die vaak tweeverdieners zijn, die hard werken en die in het weekend uitblazen in hun mooie villa of gerestaureerde hoeve in de natuur. Waar de eerste groep duidelijk een sociaal geëngageerde instelling heeft is dit bij de tweede groep niet zo.
Belangrijk is ook dat een vrij substantieel deel van de inwijkelingen ervoor koos om net over de taalgrens te wonen (waar de woningen goedkoper waren én vaak de natuur ook nog ongerepter) waardoor ze vaak minder contact hebben met Vlaanderen en dus moeilijker bereikbaar zijn via de traditionele communicatiekanalen.

- Het huidige vormingsaanbod bereikt voornamelijk de middenleeftijd en de senioren. De moeilijkste leeftijdsgroep blijken de 20’ers en de 30’ers.

- Qua opleidingsniveau is er een heel grote groep die momenteel niet wordt bereikt. Het gaat hier niet alleen om de echt laaggeschoolden, maar ook om een groep die bijvoorbeeld enkel een technisch of een beroepsdiploma (secundair onderwijs) haalde. Dit is een groep voor wie het huidige aanbod te moeilijk is en die (voorlopig) nergens anders terecht kan voor meer aangepaste vorming.

Kortom, werk aan de winkel voor de nieuwe, veelbelovende regionale volkshogeschool.

Contact
Katrijn Provoost, Wortegemstraat 109, 9700 Oudenaarde (055.30 27 28 of 0497. 48 48 53) mailto:katrijn.provoost@pandora.be.

Bezoekvrijwilligers bij gevangenen Oudenaarde
16de Vredesprijs Aalst Augustijn Daelemans
Site-overzicht