StartpaginaVan de redactieArchief

Over inburgeren gesproken

Je ziet ze, stapt voorbij, gesprek blijft uit. Mensen wandelen elkaar voorbij. Nieuwsgierig toch. Onze ‘allochtone’ medeburgers. Welzo geeft hen graag een gezicht en vooral stem. Onze reporter Wilfried Lissens klopte aan bij Fatma Yildiz voor een gesprek over inburgeren.

Nu al voel ik dat deze titel niet helemaal juist zit. ‘Inburgeren’ zou eigenlijk ‘samenleven’ moeten zijn, uiteraard met in acht te nemen regels. Maar toch: met elkaar leven. Zeker als je mensen ontmoet zoals Fatma Yildiz, afkomstig (sinds haar achtste) uit Turkije. Het gesprek over die ene vraag ‘hoe vind je ’t hier?’ was verhelderend, openbarend.

Wat bleek onlangs nog uit een verslag van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding? Allochtonen hebben nog altijd last van racisme op de arbeidsmarkt. Ze raken moeilijk(er) aan werk. Fatma herkent het. Ze ondervond/ondervindt het aan den lijve. Ze vertelt hoe ze zich bijschoolde voor een administratieve baan, maar ook dat ze deze inspanning nog niet kon verzilveren. Waar kan het aan gelegen zijn? Ze heeft de Belgische nationaliteit, spreekt keurig en verzorgd Nederlands dat over haar tong stroomt als een waterval (het licht Turks akoestisch tintje is charmant veeleer dan storend). Ze moet niet naar haar woorden zoeken zoals we gewoon zijn van de meeste topministers aan de overkant van onze taalgrens. Wie is al of niet ingeburgerd?, vraag ik mij af.

Fatma is dus nog werkloos, maar blijft allerminst bij de pakken zitten. Ze treedt af en toe op als tolk of vertaalster bij officiële noodwendigheden voor haar landgenoten. Zij en haar zus (ook perfect Nederlandskundig) voeren afwisselend het woord. Fatma’s echtgenoot en haar zoontje komen even goeiedag zeggen. Beroepshalve zit het Fatma nog niet helemaal goed mee, maar toch heeft ze hoop.
Ik hoor dat de sociale voorzieningen alhier beter zijn dan in haar geboorteland. Ze heeft zich aangepast. ‘Hoewel je Turkse blijft. Soms voel je dat in je contacten, maar ik wil zo goed mogelijk conflictsituaties vermijden’. Met de buren komt ze zeer goed overeen. ‘Mijn straat is mijn familie’. Ze is nog jong, heeft twee kinderen, waaronder nog een heel kleintje. Ze herinnert zich blij dat de buren haar hielpen bij de geboorte (en nog) waar ze kunnen. Ze is graag gezien in haart buurt (dichte omgeving H.Hartkerk in Aalst). Ze voelt zich helemaal thuis in Aalst. Ook haar sociale contacten zijn goed, met o.m. de Vierdewereldgroep Mensen voor Mensen en de letsgroep. Ze zet zich in als vrijwilligster.
Eikel punt, de hoofddoek. Ze liep stage in een ziekenhuis, maar een hoofddoek mocht er niet…Eigenlijk begrijp ik ook niet goed waarom men daar zo ’n heisa heeft over gemaakt. We verplichten de zusters Clarissen of Karmelietessen toch ook niet om hun kap over de haag te gooien. Hoofddoekproblemen ook bij andere sollicitaties.
Ze gaat regelmatig terug op familiebezoek naar Turkije. Zoiets als naar je eigen land op vakantie gaan.
Fatma is overtuigd moslim, maar niet fanatiek of fundamentalistisch, kom nou. Ze is hier ingeburgerd, maar moslim gebleven. Met een hoge graad van verdraagzaamheid. Ook daar hadden we ’t over. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat religies, vaak met ongeveer hetzelfde godsbeeld, en zoals de christenen met eenzelfde bron, elkaar en de geschiedenis met zwaarden, en later met duizenden bommen en granaten, hebben verminkt. ‘Laat iedereen toch in vrede zijn geloof beleven…Waarom zoveel misverstanden en onbegrip…’

We praten verder. Over racisme, aangewakkerd door een bepaald politiek milieu waarvan de agressie voelbaar is: “Die allochtonen pakken hier ons werk af…” En nog: “Het is zo dat we harder moeten studeren, en harder moeten presteren om op hetzelfde peil te geraken als de autochtone bevolking.” Zich sterk inspannen om tenvolle aanvaard te worden, Fatma maakt er een punt van. In haar eigen straat ziet ze dat het kàn. Ze moedigt anderen aan. Ze helpt. Zet zich in.

Zoals Fatma zijn er nog meer lieve, vriendelijke, gelukkige en gemotiveerde “nieuwe Belgen”. Ontmoeten is misverstanden wegnemen, is inburgeren in de praktijk. Verenigingen, creëer ontmoetingskansen! Mensen, het kan beginnen met een goeiedag op straat.
Met mijn schoenen terug aan (zo hoort het als je een moslimhuis verlaat) neem ik afscheid van een vredige, kleine oase die niet op de landkaarten staat, maar die je zelf moet weten te vinden. Ik bedenk: van zulke mensen kunnen wij nog veel leren. Ik moest beloven terug te komen met mijn vrouw. Reken maar dat dit zal gebeuren!

Sla je krant van morgen open. Veel kans dat er weer een terroristische aanslag is (Irak? Afghanistan? Of… Noord-Ierland?), vluchtelingen ontdekt zijn in een laadruimte (al dan niet bevroren), extremistische standpunten veel aandacht krijgen.
Vakantie is ontdekken dat er nog een andere wereld is. Die van gewone mensen. Gewone mensen houden niet van prikkeldraadversperringen. Utopia? Dichterbij dan je denkt.

Betaalbaar terug naar school
Brief uit Sevilla
Site-overzicht