Bezoekvrijwilligers getuigen over vereenzaming bij gedetineerden
“Maak eens een artikel over eenzaamheid in de gevangenis!” Zo klonk het op de laatste redactieraad. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, natuurlijk. Je wandelt immers niet zomaar binnen en buiten een zogenaamde penitentiaire instelling. Gelukkig maar. Even een aanvraag doen via justitie, da’s ook al een heel karwei. Veel gemakkelijker is de weg van het welzijnswerk. Meer bepaald het justitieel welzijnswerk. Die wereld is alvast veel toegankelijker. Aan het werk, dus.
Maar dan krijg je nog geen getuigenis natuurlijk. De startavonden van de Welzijnszorgcampagne hadden wel een ervaringsdeskundige. Een ex-gedetineerde, nu op elektronisch toezicht, vertelde een verhaal over gesloten deuren en andere gemiste kansen. Maar ook voor zo’n babbel moet je telkens weer een aanvraag aan justitie richten. En daar hadden we de tijd niet meer voor, want de deadline naderde. Vandaar dat dit artikel een tweesporenartikel is. We gingen luisteren bij Liesbet Van Damme van CAW Kompas. Beroepshalve staat zij in voor de welzijnspoot in de gevangenis van Oudenaarde. Maar een niet-professionele bril wordt ons geleverd door Lucien en Marc, twee vrijwilligers. Zij brengen op regelmatige tijdstippen bezoeken aan gedetineerden. En zij leerden ons de andere kant van het ‘leven in ’t prison’ zien. Een aangrijpend verhaal …
“In de justitiële wereld werken als welzijnsorganisatie is niet altijd makkelijk. Vaak worden we aanzien als pottenkijkers in deze gesloten wereld.” Aan het woord is Liesbet Van Damme van het Justitieel Welzijnswerk Zuid-Oost-Vlaanderen. “Zo is één van onze taken om onze diensten aan te bieden aan de zogenaamde ‘daders’ en hun familie. We bieden hulp aan mensen die in contact komen met het gerecht. Niet alleen bij gevangenen, maar ook bij mensen die nog niet veroordeeld zijn, maar wél iets aan hun situatie willen doen. Trouwens: we doen dit enkel en alleen op vrijwillige basis. We staan buiten de justitie en verlenen dus geen ‘opgelegde’ hulp. We hebben trouwens ook een beroepsgeheim. Alles wat aan ons verteld wordt, gaat niet door naar Justitie … en da’s toch belangrijk om weten bij de gedetineerden.”
In de gevangenis van Oudenaarde “In de gevangenis van Oudenaarde organiseren we een aantal activiteiten. Maandelijks doen we een extraatje rond het kinderbezoek. Daarvoor rekenen we op de medewerking van de gedetineerden (aankleding bezoekzaal), studenten van de Arteveldehogeschool (Gent) en de IPSOC (Kortrijk), aangevuld door CREFI (Gezinsbond). Die zorgen ervoor dat de kinderen samen met hun vader allerlei leuke dingen kunnen doen: snoep maken, wafels met slagroom versieren, …. Op die manier bouwen we aan de broze relatie tussen het kind en de vader in de gevangenis. Voor velen, ook voor de kinderen, is dit echt een feest. We zien dan dat vaders effectief dingen samen doen met hun kinderen, of dat vaders van de gelegenheid gebruik maken om even met de moeder te babbelen terwijl het kind met de animatoren speelt.”
“Daarnaast maken we een tweemaandelijks krantje ‘de Oudenaardse Binnenpost’, samen met gevangenen. Heel populair is ook onze bibliotheek, waarbij we samen werken met de bibs van Oudenaarde en Ronse. Alleen al voor het krantje hebben we heel wat geld nodig. Onze middelen die we krijgen van de Vlaamse Gemeenschap en van de Gevangenis zelf zijn beperkt, maar toch proberen we af en toe activiteiten als een optreden of een percussieworkshop te organiseren. Voor onze yoga-cursus konden we bijvoorbeeld rekenen op de middelen van Welzijnszorg… Zo kunnen de gedetineerden hun stress kwijt op een creatieve manier. Ze kunnen omgaan met hun frustraties en ervaren het activiteitenaanbod werkelijk als zinvolle tijdsbesteding.”
Signaalfunctie “Wij hebben een signaalfunctie ten aanzien van de gevangenisdirectie. Dat is een heus spanningsveld, dat kan je je wel indenken. Wij melden ten gepaste tijde zaken, bij voorbeeld rond individuele gevallen, of rond maaltijden. Maar de directie bekijkt dit door een andere bril. Vandaar dat de relatie tussen justitie en welzijn soms wat ambigu is. Maar we zijn ervan overtuigd dat iedereen in zijn context zijn best doet om de uiteindelijke doelstellingen te verwezenlijken. En dat is maar goed ook!”
Bezoekvrijwilligers “Heel veel aandacht besteden we aan onze bezoekvrijwilligers. Als je weet dat 25 % van de gevangenen nooit bezoek krijgt en nog eens 25 % zelden of bijna nooit; dan kan je je wel inbeelden dat sommigen zich mateloos eenzaam voelen. Een bezoekvrijwilliger kan dan wonderen doen.”
Marc uit Zegelsem en Lucien uit Oudenaarde zijn beiden ongeveer anderhalf jaar bezoekvrijwilligers. Zij worden begeleid en gevormd door Justitieel Welzijnswerk en gaan op regelmatige basis babbelen met gedetineerden. Een aparte ervaring, zo blijkt.
Marc: “Toen ik hoorde dat het justitieel welzijnszorg ermee ging beginnen, was mijn conclusie snel gemaakt: ‘ik hoor dit te doen!’. Ik besef immers dat je met een beetje pech zelf ook in de gevangenis kan geraken. Als je pech hebt en je gaat uit de bocht, dan kom je daar terecht. Natuurlijk moeten criminelen hun straf uitzitten, maar dat wil daarom nog niet zeggen dat ze dat in grote eenzaamheid moeten doen. Die aanpak maakt van hen geen beter mens. Inmiddels bezoek ik om de 14 dagen een man. En niet zonder resultaat, want die man is mij ontzettend dankbaar. Maar dat is wederzijds, want je creëert een band, die neigt naar vriendschap. Je wordt een vaste bezoekpartner, een kameraad, een vertrouwenspersoon. En ik krijg zelf voldoening en waardering voor hetgeen ik doe. Ik ervaar steeds weer grote dankbaarheid. En je krijgt een andere kijk: je vindt daar geen moordenaars, maar wel mensen met een verhaal.”
Liesbet: “En dat voelen wij dan weer in ons professionele werk. Gedetineerden die bezoek krijgen van een vrijwilliger kunnen hun verhaal kwijt en voelen minder de behoefte om bij ons op het bureau hun verhaal te komen doen. Ze zijn dan rustiger bij ons. Daaraan merken wij de positieve effecten van de bezoeken van onze vrijwilligers. Dat bezoekengagement heeft evenwel consequenties: er ontstaat een afhankelijkheidssituatie. Veelal in de vorm van een vriendschap van een ongewoon gehalte.”
Lucien: “Mijn motivatie om eraan te beginnen was eerder uit eigenbelang. Al lang ben ik gefascineerd door het leven in gevangenissen. Zo bezocht ik vroeger al allerlei concentratiekampen en was ik zeer geïnteresseerd in wat er gebeurt achter de muren van de Oudenaardse gevangenis. Toen ik in Visie las dat het justitieel welzijnswerk vrijwilligers zocht, greep ik mijn kans. Maar ik moet zeggen: inmiddels is de reden waarom ik bezoeken wil brengen helemaal anders. Ik ben geëvolueerd. Inmiddels is het al mijn vijfde gevangene die ik bezoek. Ik heb dus al een algemeen beeld van het gevangenisleven gekregen. Ik heb ondervonden dat het mensen zijn die iets hebben mispeuterd, maar ook dat het geen honden zijn, waarop je kan schoppen.”
Lucien gaat gepassioneerd verder: “Om het met een voorbeeld duidelijk te maken: mijn eerste gevangene zit nu in een andere gevangenis, maar is mij nooit vergeten. Inmiddels kreeg ik al een tiental brieven van hem. Die opgebouwde band, verbreek je niet gauw… Ik heb geen medelijden. Dat moet ook niet, zeker niet. Maar als iemand, zonder dat je dat afspreekt, nadien nog contact houdt, dan doet dat je toch wat.”
Liesbet: “Zo zie je dat het bezoek van Lucien voor die man een enig lichtpuntje was. Nu wil hij trouwens geen andere bezoekvrijwilliger meer, uit angst om weer iets op te bouwen waaraan een einde kan komen.”
Waarover praten? Marc: “Wij houden het nogal filosofisch en gaan zelden in op feiten. Wij praten over het leven, hoe je omgaat met moeilijkheden in je gezin, enzovoort. Dat heeft met mijn interesse te maken, maar ook met die van mijn gesprekspartner… Want die man ziet het niet altijd even zitten om terug in de maatschappij terecht te komen na zijn vrijlating.”
Lucien: “Wij hebben het heel vaak over de actualiteit. Ik durf ook wel ingaan op het feit waarom ze hier zitten, maar ga mij niet moeien. ’t Is aan mijn partner zelf om daarover te beslissen. Bij nieuwe gevangenen gebruik ik ook als ijsbreker wat achtergrondinformatie bij de plaats waar deze gevangenis is gelegen: Oudenaarde, de Vlaamse Ardennen… Maar ’t kan ook over voetbal gaan, hoor!”
Vorming Lucien: We kregen 5 opleidingsavonden en een rondleiding in de gevangenis. Daarna was er ook nog een gesprek met Liesbet. Zo konden we ook onze eisen stellen naar welk ‘soort’ gevangenen we wilden. Zo waren kindermoordenaars bij mij uitgesloten. Zo vermijd je conflicten…”
Liesbet: “De vraag is groter dan het aanbod. Maar toch selecteren we onze vrijwilligers grondig. Iemand die gewoon een partner zoekt, is voor ons geen kandidaat om bezoek te ontvangen. Iemand die enkel maar eens achter die poort wil kijken, zal geen goede vrijwilliger zijn. Vandaar deze gesprekken.”
“We hebben nog steeds een groot tekort aan vrijwilligers. Momenteel zijn dat er zes: vier mannen en twee vrouwen. Potentieel komen zowat 65 gevangenen in aanmerking. Wie geïnteresseerd is om bezoekvrijwilliger te worden, neemt best contact op met CAW Zuid-Oost-Vlaanderen. In februari starten we terug met een opleiding voor nieuwe vrijwilligers.”
Eenzaamheid Marc: “Ik voel niet echt eenzaamheid. Die sfeer ervaar ik niet. We zitten immers in een zaal met volk en praten ‘over het leven’. Maar ik herinner me wel dat alleen eten als heel erg wordt ervaren. De werkelijkheid overtreft in die zin de fictie. Geloof die Hollywood-films over ambiance in gevangenisrefters maar niet …”
Lucien: “Da’s waar. Gedetineerden die in duo op cel zitten, dat is nog een stuk beter. Maar heel wat gedetineerden willen ook geen bezoek. ‘Als mijn familie mij niet wil zien, wil ik ook geen ander bezoek,’ redeneren ze soms. Vandaar hun keuze voor eenzaamheid. Hun ware gelaat tonen aan medegedetineerden is trouwens niet evident. De kans op afscheid nemen – de één komt vroeger vrij dan de ander of wordt overgeplaatst – is immers heel groot en dan val je terug in een zwart gat.”
Liesbet: “We krijgen heel vaak dramatische verhalen over eenzaamheid, nutteloosheid en doelloosheid. Op zich is dat te betreuren, want het helpt de gedetineerde niet vooruit in het zicht van zijn vrijlating. De angst om afscheid te nemen, doet hen afstand houden.”
Omgeving Marc: “Mijn omgeving, hoe die reageert? Ik praat er eigenlijk niet zo vaak over. Ik voel wel dat het misprijzen ten opzichte van gevangenen vaak diep zit.”
Lucien: “Mijn grootste conclusie is dat men heel vaak en op korte tijd een enorme frustratie kan opbouwen. Da’s mijn grootste les die ik geleerd heb door die bezoeken aan gedetineerden. En ik zeg heel bewust ‘gedetineerden’. Want ik hoor het woord ‘cliënten’ niet graag…”
Meer info In haar jaarlijkse campagne komt Welzijnszorg op voor wie in onze samenleving aan de kant staat. Ze vragen met name dit jaar aandacht voor mensen die in armoede leven, vanuit de invalshoek ‘Gevangen in armoede’. De campagnekrant van Welzijnszorg geeft je meer achtergrond en informatie bij de campagne van 2003. Eenvoudig aan te vragen bij Welzijnszorg op 09-269.23.40 of via mailto:gent@bdwzz.be
Meer info over het Justitieel Welzijnswerk: CAW - afdeling Kompas, Oswald Ponettestraat 87, 9600 Ronse. Bellen doe je op 055/ 20 83 32 of mailen: mailto:liesbet.vandamme@cawzuidoostvlaanderen.be |