Aalsters gemeenteraadslid een dag als verzorgende
De kloof tussen beleid en burger is bekend, maar er is ook een kloof tussen beleid en diensten. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) riep onlangs lokale mandatarissen op tot een dagje praktijkervaring in de thuiszorg. Gemeenteraadslid Lucette Callebaut trok op dinsdag 7 oktober haar werkschoenen aan. Samen met een verzorgende van de interventieploeg van het OCMW bezocht ze mensen die thuiszorg nodig hebben. Haar verslag past – niet zo verrassend – helemaal in deze welzo over eenzaamheid.
Hoog tempo
6 cliënten op een voormiddag: het lijkt weinig, maar wat gaat de tijd snel! De taak van de interventiedienst is vooral checken of alles OK is met de hulpvrager. Vaak is er al “gewone” hulp zoals bejaardenhulp, verpleging, poetsdienst, … ingeschakeld. Soms komen er ook dringende oproepen binnen zodat het te volgen schema al eens door elkaar wordt gehaspeld. Het werk zelf is heel gevarieerd : een hele waaier van diensten wordt aangeboden : van het maken van een fruitslaatje, warm eten koken, voetverzorging, boodschappen doen, een mevrouw met MS op het toilet helpen, strijken, formulieren invullen, tot brieven en de krant voorlezen, … Er wordt ondertussen heel wat afgebabbeld. Het viel op dat de cliënten (de meeste zijn al wat oudere mensen) echt op wacht staan om de verzorgenden te ontvangen. Hoeveel mensen zien ze op een dag? Hoeveel eenzaamheid is er onder deze mensen? Het tempo van bezoeken ligt hoog. Er is geen tijd op overschot. De verzorgende moet de timing strikt in de gaten houden, want de volgende cliënt wacht! Worden de verzorgenden wel goed genoeg begrepen door de beleidsmensen? Zijzelf voelen zich al te zeer beschouwd als luxe-paardjes in vergelijking met het poetspersoneel. Ten onrechte. Het beroep “verzorgende” is niet zomaar een “gewone” poets- of strijkjob. Deze taak vereist een gemotiveerde, sociaal-vaardige werknemer die niet terugdeinst voor schrijnende situaties.
Handen te kort
Indien de regering veel jobs wil creëren, dan hoeft ze niet ver te zoeken. In de zorgsector zijn er handen tekort. Indien onze samenleving de kaart trekt van thuiszorg dan moet dit ook georganiseerd worden. Het rusthuis is voor velen de laatste stap, als het niet anders kan. Vroeger werd zorg vooral opgenomen binnen familieverband, vooral door vrouwen. Families woonden bij elkaar in de buurt. Ook de naaste buren zorgden mee voor hulpbehoevenden of bejaarden. Nu blijven families niet samen onder de kerktoren hokken. Kinderen vliegen het nest uit en kiezen zelf een woonplaats. Vrouwen zijn beroepsactief. Tweeverdienersgezinnen hebben amper nog tijd voor de kinderen en zichzelf, eenoudergezinnen hebben al helemaal geen tijd en vaak ook geen middelen om ouders of familieleden te verzorgen. (Thuis)zorg valt grotendeels op de schouders van professionele krachten. Coördinatie is geen overbodige luxe : een kring met zorgenden is nodig om hun taak naar behoren te vervullen. De verzorgenden vertelden dat alles op wieltjes loopt zolang er geen kink in de kabel komt : een hulpverlener die ziek wordt of met vakantie gaat; de mantelzorg (familie, buren of vrienden) die het laat afweten of niet meer kan helpen … De druk neemt zienderogen toe op de verzorgenden. Tevens worden ze volgens hun eigen zeggen niet naar waarde ingeschat. |