Het moet nu wel tot ver buiten de welzijnssector, ook buiten Aalst, bekend zijn dat het Aalsters stadsbestuur op ambtelijk advies het Aalsters buurtwerk ACRO op de helling heeft gezet. Met een vooropzeg van 6 maanden hangt het zwaard van Damocles boven het ACRO-hoofd. Dit is uitzonderlijk. Waarom? Is buurtwerk niet goed meer of is ACRO niet genoeg ‘buurtwerk’?
Eind augustus: buurt houdt adem in De bevoegde ambtenarij van de stad heeft de werking van ACRO negatief geëvalueerd in het kader van het Stedenfonds. Er zou te weinig participatie vanuit de bewoners zijn, te weinig allochtonen die bereikt worden, verwarrende bonnetjes voor aankopen. Dit wordt door de organisatie weerlegd, maar wat er ook van zij, de rechteroeverbuurt is er bij het ingaan van de zomer niet zeker dat het buurtwerk dat er al 10 jaar aanwezig is, zal kunnen blijven verder bestaan. Gelukkig klapt het stadsbestuur de deur niet meteen helemaal dicht. Na vier maanden, eind augustus dus, zal er een nieuwe evaluatie worden gemaakt en als ACRO zich dan, volgens de normen van het stadsbestuur, een betere leerling heeft weten te tonen valt er nog te praten. Positief ingesteld als we zijn, hopen we met vele anderen op een constructief gesprek, waarbij – in het belang van de betrokken volkrijke, zelfs kansarme buurt, het buurtwerk een nieuw élan krijgt. Het feit dat in geen tijd een beschermcomité kon opgericht worden, dat de buurtbewoners volop meeleven met het bedreigde centrum, dat ook vanuit de politieke wereld het belang van buurtwerk benadrukt wordt, mag misschien betekenen dat de soep minder heet zal gegeten worden dan ze in het voorjaar opgediend werd. Toch een paar kanttekeningen! - In het gemeentelijk sociaal beleid (zeker in steden) kan buurtwerk heel veel bijdragen. Wat, hoe, wie? Misschien is de tijd rijp dat steden met ervaring (naast Aalst ook Ronse en Geraardsbergen wat Zuid-Oost-Vlaanderen betreft) samen met het opbouwwerk (inrichter van het buurtwerk) eens rond de tafel gaan zitten. - Zoals de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten de voorbije jaren ten overvloede stelt hebben gemeentebesturen een regisseursrol bovenop de opdrachten die ze zelf, met stadspersoneel, uitvoeren. Hoe communiceert zo’n regisseur met organisaties die een sociale of andere opdracht uitwerken op vraag van het lokaal bestuur? Iedereen lijkt het erover eens dat het ook anders, en beter, kan dan met aangetekende opzegbrieven. - Wat minder bekend is, is dat de ACRO-beslissing volop voortvloeit uit de nieuwe politieke cultuur waarbij ambtenarenrapporten vrijwel automatisch aanvaard worden, want het tegenovergestelde zou onmiddellijk geduid worden als politieke inmenging. We hebben net verkiezingen gehad voor politici, maar die hebben dus alsmaar minder te zeggen. Een medaille heeft twee kanten: minder politiek, minder democratie? Tot slot, en met de nieuwe Vlaamse regering in het vooruitzicht, een luide wens: laat sociale impulsmiddelen (hoe ze tegenwoordig ook heten: stedenfonds, gemeentefonds…) gebruikt blijven voor werkelijke sociale impulsen. Buurtnabije organisaties zoals in Aalst Acro zijn een té belangrijk hulpmiddel tegen sociale uitsluiting om ze zomaar weg te wissen. |