Toenmalig staatssecretaris voor Welzijn op het Werk Kathleen Van Brempt dacht er vorig jaar aan en op 2 maart was het zo ver: vanaf 2006 is roken op het werk verboden. Werknemers hebben vanaf 1 januari recht op een rookvrije werkomgeving. Ook de gangen, toiletten, vergaderzalen, kleedkamers of eetzaal moeten rookvrij zijn. Zelfs als hij een eigen afgesloten bureau heeft, mag een werknemer geen sigaret meer opsteken. Naar verluidt gaat zelfs de ministerraad het goede voorbeeld geven.
Hoe de hoffelijkheidsregel die in 1993 bij KB uitgevaardigd werd nageleefd werd, is in het algemeen erg beperkt. Ik herinner mij het bezoek aan een (kettingrokende) ambtenaar bij de Stad Zottegem, waarbij ik eerst door een kantoor geloodst werd waar de rook om je hoofd maar niet wou verdwijnen. Ik dacht toen: je zal maar een tijdelijk contract hebben en je baas om hoffelijkheid vragen… Bedrijven worden niet verplicht tot een rokerslokaal, maar de bevoegde Minister Freya Vandenbossche is er wel voorstander van.
Inmiddels voert Minister van Volksgezondheid Rudy Demotte een heroïsche strijd met de horecasector. Wordt die rookvrij zoals in Ierland en Italië of komt er wat meer toezicht op de rookvrije ruimten? Bedenken we dat ook in het non-profitcircuit er zaaltjes zijn die absoluut niet aangepast zijn. Er hoeven maar enkele rokers aanwezig te zijn om de luchtkwaliteit op korte tijd merkbaar te verslechteren. Denken we aan jeugdclubs, kaartershuisjes, parochiezalen, buurt- en trefcentra, eetings van politici en verenigingen,… Onlangs moest ik voortijdig een activiteit verlaten omdat de rook werkelijk te snijden was. Mensen met astma, longproblemen of die gewoon attent zijn op hun gezondheid hoeven zich niet terug te trekken uit het sociaal leven, vind ik.
Applaus voor de hoffelijke rokers, maar ook voor de ministers die opkomen voor het nieuwe sociale recht: het recht op een rookvrije omgeving. Natuurlijk komt er ook damp uit auto’s, schoorstenen en fabrieken, maar de redenering van de sociaal bewogen milieuactivist met het rokertje van Ph. Morris of een andere multinational in de mond lijkt mij toch ook niet helemaal OK.
P.D. |