Waarom ‘Marcel’ – velen kennen hem als zeer actief, weinigen weten dat hij ‘het’ allemaal vrijwillig doet en bovendien op invaliditeit staat – op zijn anonimiteit staat, maakt hij zelf duidelijk in onderstaande brief. Zoals Marcel zijn er velen: niet gezond genoeg voor de arbeidsmarkt, maar des te meer welkom op de vrijwilligersmarkt. Wat loopt er mis?
Dag Piet, ‘t Is ooit anders geweest. Je zei me deze morgen: ,ge ziet er goed uit. En ja, nu kan ik er eindelijk over praten of schrijven. Het is ooit helemaal anders geweest: wat je me zei zou toen zijn geweest zoals de siroop aan de grijze baard: 1000den keer heb ik het gehoord en duizenden keer voelde ik er me bij gelijk ‘n gazon waarin 2 mollen pukkelrock hebben meebeleefd: van buiten er (relatief !) goed uit zien maar van binnen aan het verzweren en verzuren. Ik weet dat ik het je mag zeggen - waar vrienden goed voor zijn !? - : ploeter met het mes toch niet in de etterende wonde van de velen, die zich afgeschreven voelen ! Afgeschreven ? Ja. Zo voelde ik me toen ik ziek werd en thuis moest blijven. Gelijk ‘n pop uit het poesjenellenkraam, die weggehangen wordt omdat het stuk niet meer zal gespeeld worden en het personage weggeschreven, gedoofd of vermoord wordt, weggehangen voor een ooit eens komende opendeurdag van het theater ,Mal in 't huis,. Ziek worden is erger dan op brugpensioen gaan of naar huis gestuurd worden omdat het bedrijf ,in reorganisatie is, of ,in moeilijkheden verkeerd,. Bij brugpensioen pas je niet meer in het (economisch) plaatje. Je wordt afgeschreven gelijk ‘n verouderde machine of zoals je n’en brommer aan de kant zet. Bovenop dit soort van ,afschrijven, is er bij invaliden ook nog het lijf dat niet meer mee wil, het gevoel van nutteloosheid dat nog eens aangedikt wordt. De maïzena van de doktersrekeningen en de geneesmiddelen die je saus aandikken tot een bijna niet meer te vreten papbrij. En ik werd ambetant: als economisch onproductieveling bracht ik niet meer op in onze maatschappij (altijd meer en meer !) en dat gaf me het gevoel dat op mij het etiket van profiteur opgeplakt werd door zij die meenden ,dat ik er goed uitzag,. En ik weet dat ik m’n vrouw en kinderen het knap lastig heb gemaakt met mijn agressiviteit. En eigenlijk is het de moderne techniek geweest, (geloof het maar gerust: de computer !) die me een stukje uit mijn moeras van zelfbeklag en wrok ten aanzien van andere mensen gezogen heeft en weer vaste voet onder mijn bottines deed krijgen. Plots kon ik me met mijn foto’s en tekstjes bezig houden als mijn handen niet teveel getingeld werden en kon ik er iemand een plezier mee doen. Van niemendal werd ik stillekens opnieuw een haantje (ondanks mijn mesthoop) dat door iemand kon worden gewaardeerd. Een schouderklopje, een pluimke, een beetje bestoefd worden - met mate - kan wonderen doen. Soms vraag ik me af of ik dat laatste genoeg doe aan ‘n ander. Een mens moet door een ander gewaardeerd worden en gestimuleerd. Dit is mijn doping geweest. Louise en de kinderen zaten achter m’n wippen. Ze leerden me ontdekken waar ik wel nog goed in en voor was. Ge weet ook dat ik gans mijn (werkers-)carrière doorgebracht heb in de sociale sector. En van ‘t een komt ‘t ander. Foto’s en poëziekes gingen dienen in een aantal tijdschriftjes van sociale organisaties. En zo ben ik op de kloefen van de lijfelijke pijn toch over de sloot kunnen springen naar een kant waar het veel groener is, weg van de verzuring, weg van mijn braakliggend, eenzaam land. Zo ben ik getuige moge zijn van de geboorte van Steunpunt Welzijn (nu al ‘n 7 of 8 jaar geleden?) en heb ik de chance van te mogen meeleven, meedromen en meewerken aan zijn verschillende projecten. (Hopelijk maak ik de puberteit mee van het Steunpunt mee en dit gezien mijne fysiek). Misschien moeten werkgevers verplicht worden een sociaal fonds op te richten om toe te laten dat het door hen gedumpt personeel zich kan voorbereiden op hun brugpensioen, of om het de kans te geven mee te draaien in een sociale organisatie als (min-of-meer betaalde, kosten vergoede) vrijwilliger. En dit voor het geval ze gaan ,reorganiseren, of ,in moeilijkheden verkeren,. En de ziekenkassen moesten maar eens minder moeilijk doen om invaliden een sociaal, menselijk, verantwoord en nuttig vrijetijdswerk te laten doen. En nu, na zoveel jaar, mag je me eens zeggen dat ik ,er goed uitzie,: ik zie er niet alleen goed uit, ik voel me ook zo. Ik ben ondanks de lijfelijke miserie een gelukkig mens omdat ik zoveel krijgen mag van Steunpunt Welzijn (en alle vrijwilligers die erbij betrokken zijn !) en omdat ik de kans krijg om te proberen hen iets van mijn eigen terug te geven. Voilà, ‘t is gezegd en geschreven en, Piet, vind me maar een onnozelaar omdat ik de mensen van Steunpunt Welzijn niet missen wil, maar ik heb dan nog liever dat je me vooral ziet als een, onnozele, gelukzak. Marcel |