Toen Benny Boeykens 55 jaar werd ging hij op brugpensioen. Inmiddels kijkt hij terug op een lange periode van sociaal engagement waarvoor het woord ‘vrijwilligerswerk’ een eretitel is. Allerlei organisaties, waaronder ook Steunpunt Welzijn, zijn Benny dankbaar en erkentelijk voor zijn onverdroten ijver. Dat dit soort inzet in de huidige ik-maatschappij niet vanzelfsprekend is, beseft hij terdege en hij beklemtoont hoe waardevol brug- en jonggepensioneerden wel (kunnen) zijn voor het verenigingsleven.
Hoe ben jij ‘vrijwilliger’ geworden, Benny?
Hoewel mijn ouders zeer sociaal voelende mensen waren, hadden ze geen georganiseerd sociaal engagement. Ik heb dus vrijwillig sociaal engagement niet met de klassieke paplepel meegekregen. Op mijn 16e ging ik bij de K.A.J. (Christelijke Arbeidersjeugd). Daar leerde ik de bevlogen gedachtegang van Cardyn. De arbeider is gelijkwaardig aan om het even wie, om dit doel te kunnen bereiken moeten we SAMEN sterk worden en zijn, opkomen voor mekaar en voor de medemens, sociaal en solidair. De vier jaar dat ik Kajotter was, hebben mij gevormd tot vrijwillig engagement, met voorliefde voor dezen die het in het leven moeilijk hebben. Op mijn 21e werd ik vrijgestelde bij de Christelijke Mutualiteit in het Groen Kruis te Aalst als loketbediende. Door mijn dagelijks contact met de leden ondervond ik hun noden. Iedere maand was er vergadering van het CM-bestuur. Daar leerde ik het mateloos sociaal engagement van vrijwillige bestuurders kennen door allerlei acties waar echt inhoudelijk gewerkt werd voor zieken, mensen met een handicap en gezonde mensen. Het plaatselijk bestuur was, is en blijft het kloppend hart van de Mutualiteit. Daar worden de noden van de leden het beste aangevoeld. De taak van bestuursvrijwilligers is deze noden aan het CM beleid kenbaar te geven of aan het beleid te signaleren ter oplossing. Toen ik gewestelijk CM secretaris werd, voelde ik nog veel beter wat vrijwilligers voor de CM en voor mij betekenden en wat we samen hebben gerealiseerd. Een ziekenfonds wordt geleid en bestuurd door vrijwilligers, zij trekken de lijnen waarbinnen de beroepskrachten en vrijwilligers samen de doelstellingen moeten realiseren. Deze twee-eenheid is niet altijd zonder spanningen. Beleid en uitvoering moeten willen samen werken. Professionelen en vrijwilligers zijn gedoemd om samen te werken.
Ik was 55 jaar wanneer ik met brugpensioen ging, dus ik had veel vrije tijd. Ik werd gevraagd door het Beschermcomité voor Woonwagenbewoners en werd er verkozen tot covoorzitter. Met veel kracht en samenwerking en zonder een cent financiële middelen zijn we er na een zware strijd, met een 40 tal vrijwilligers in geslaagd het stadsbestuur op haar stappen terug te doen komen. De woonwagenbewoners werden niet uitgedreven en we zijn als gesprekspartners met het beleid erin geslaagd een vast en menswaardig woonwagenterrein te laten realiseren. Dit is het bewijs, dat onbaatzuchtig vrijwilligerschap geen tijdverdrijf is voor wie niet weet wat doen met zijn vrije tijd. Dit is engagement waar zelfs professionelen met open mond staan naar te kijken.
Hetzelfde verhaal wat Steunpunt Welzijn betreft. Steunpunt Welzijn met al zijn vrijwillige medewerkers heeft dingen gerealiseerd waar zelfs de Ministers van Welzijn en Cultuur naar opkeken en ook herkend en erkend hebben. Vrijwillig engagement werkt dus wel degelijk. Mijn inziens wacht het vrijwilligerswerk wel zware uitdagingen en moeilijkheden.
1) Vrijwillige inzet is in onze huidige IK-maatschappij niet meer vanzelfsprekend. Velen zien de vrijwilligers als betaalde zwartwerkers of slechter nog als goedgelovige onnozelaars. 2) Iedere vrijwilligersorganisatie moet op zoek naar nieuw jong bloed, maar eveneens jong gepensioneerden. Daarom is mijn inziens het plan om brugpensioen af te schaffen of om minstens iedereen langer te laten werken niet goed voor het verenigingsleven. 3) Vrijwilligers verdienen erkenning en financiële ondersteuning door de overheid. Het beleid is unaniem van oordeel dat vrijwilligerswerk belangrijk en nodig is, maar men zou dan ook consequent moeten zijn en de daad bij het woord voegen. |