|
 |
Startpagina Van de redactie
|
 |
 |
Participatie en LBS |
Stel: je krijgt een uitnodiging van je gemeentebestuur voor een overlegforum in het kader van het Lokaal Sociaal Beleid. Dat gebeurt nu volop, want het decreet vindt ‘participatie’ heel belangrijk. Joepie, tof of … Waar is dit nu goed voor? Gebruik de kansen volop om het welzijnsagenda van je gemeente in te vullen!!!
|
Lokaal Sociaal Beleid gaat breed |
Terecht, welzijn heeft immers ook met werken en wonen, met cultuur en toegankelijke voetpaden te maken. Maar weinig gemeenten hanteren echter zo’n brede focus tot nu toe. Liever eerst wat terugplooien op het gekende terrein van wat men al doet. Begrijpelijk. Ook private organisaties kiezen er vaak voor om zich vooral te richten op hun kerntaken: opvang, werken, jeugd, wonen, welzijn, senioren, armoede,… Participatie (= overleg en betrokkenheid) kan helpen om welzijnsnoden realistisch te benaderen en niet te beperken tot de punten die door welzijnsdiensten kunnen beantwoord worden.
Inhoudelijk kiezen sommige lokale besturen met hun lokaal sociaal beleid minder voor huisvesting en tewerkstelling. Er zijn er die zich vooral terugplooien op eerstelijnshulpverlening, en die een brede kijk op welzijn missen. Op overlegtafels kan – van onderuit, zoals dat heet – méér aan bod komen.
|
Participatie door en van actoren |
Participatie – en dat hoeft niet beperkt te blijven tot de grote steden! - is meer dan een vrijblijvende overlegronde. Het is ook waardevol en noodzakelijk bij de verdere planning, uitvoering, evaluatie en bijsturing van àlle aspecten en onderdelen van het lsb-plan. Minimaal betekent dat een verantwoordelijke en actieve stuurgroep waarin overheid en private sector dialogeren en samen uitvoeren. Een overleggroep, is dat dus. De regelmatige gesprekken met de betrokkenen worden bij voorkeur geformaliseerd en gepland, hoe minimaal ze ook zijn in kleine gemeenten. Geen nattevingerwerk meer, als het even kan. Het verdient aanbeveling om regelmatig momenten in te lassen waarin de ruimere groep actoren geïnformeerd wordt en feed-back gevraagd wordt. En goed gekozen inspanningen voor bijzondere doelgroepen (bijv. kansarmen) die niet verenigd zijn en voor bijzondere uitdagingen staan), zijn toch echt wel een must.
Kortom, een lsb-plan hoort te zijn wat een structuurplan is voor de ruimtelijke ordening. Daar horen regelmatige tussenstops bij waarin politiek, sociale sector en bevolking de kans krijgt om te evalueren en bij te sturen, hoe kleinschalig misschien ook.
Veel succes ermee!
KVH |
gemeenteraden sterker en socialer |
Afval sociaal verwijderen |
 |
Site-overzicht |
 |
 |
 |
|