|
 |
Startpagina Van de redactie
|
 |
 |
Gemeenteraden sterker en socialer? |
U ligt nog niet wakker van de gemeenteraadsverkiezingen in oktober 2006, tenzij u misschien zelf politiek actief bent. Wist u echter dat er op 6 juli 2005 door het Vlaams Parlement een nieuw Vlaams gemeentedecreet goedgekeurd werd dat de spelregels aardig wijzigt. De gemeenteraad wordt versterkt, dat mag gezegd. Maar zal ook de sociale balans positief zijn?
Het stond in de sterren (regeerakkoord) geschreven: “Voor juli 2005 wordt een nieuw gemeentedecreet en provinciedecreet goedgekeurd om te komen tot een modern, democratisch en efficiënt gemeente- en provinciebeleid.”
Na het nodige overleg is de oude federale gemeentewet in Vlaanderen vervangen door het nieuwe decreet. Het is een mini-decreet geworden dat nog verder moet verfijnd worden. Vanaf 2007 zou het gemeentedecreet aangevuld worden zodat de hele gemeentelijke huishouding definitief geregeld geraakt.
|
Sterkere gemeenteraad |
Een van de nobele doelstellingen van het decreet is dat de gemeenteraad ten opzichte van het schepencollege, moet versterkt worden. De raad moet zowel zijn volksvertegenwoordigende taak meer opnemen als haar beleidsbepalende en controlerende opdracht. Deze versterking biedt ook de burger een belangrijke meerwaarde. Betrokkenheid wordt groter. Maatschappelijke debatten zijn hierdoor gemakkelijker te voeren. En niemand zal betwijfelen dat maatschappelijke debatten in een gemeenteraad, ook in onze regio, maar zelden voorkomen. Vaak wordt een technische, en soms belachelijk korte, agenda op automatische piloot afgehaspeld, enkele schijngevechten niet te na gesproken.
Wat het voorzitterschap van de gemeenteraad betreft, heeft de gemeenteraad voortaan de keuze om zijn voorzitter te kiezen uit alle leden van de gemeenteraad. Dat kan de burgemeester zijn, maar ook een schepen of een gemeenteraadslid. Een versterking van de raad en het raadslid betekent volgens sommigen immers dat de voorzitter van de raad liefst geen uitvoerend mandaat heeft. De keuze voor een raadslid als voorzitter van de raad maakt het mogelijk dat het belang van de raad tijdens de raadszitting prevaleert boven dat van het uitvoerend college. Het is immers voor een burgemeester vandaag niet eenvoudig om los te komen van zijn of haar eigen beleid, terwijl hij het spel tussen meerderheid en oppositie voorzit tijdens de gemeenteraadszittingen. Al biedt het omgekeerde geen garantie op succes … Het valt nog af te wachten wie er zal aangeduid worden als voorzitter.
|
Sterker OCMW |
Een coherent lokaal sociaal beleid is noodzakelijk. De dubbele beleidsstructuur OCMW-gemeente zorgt in een aantal gevallen voor incoherentie, ook al door het verkavelen van de beleidsdomeinen binnen coalities. Een beperkte integratie van beleidsstructuren is een mogelijk antwoord. Eén mogelijk middel is de permanente deelname van de OCMW-voorzitter met stemrecht aan het college van burgemeester en schepenen.
Het decreet verandert de positie van de OCMW-voorziiter. Die wordt stemgerechtigd lid van het college: vanaf 2007 voor die gemeenten die daar zelf al voor opteren, vanaf 2013 voor alle gemeenten. De verkiezing van de OCMW-raad wordt met het oog daarop vervroegd en zal reeds gebeuren tijdens de installatievergadering van de gemeenteraad, dus op de eerste werkdag van januari 2007.
Menig sociaal werker pleit ervoor dat er een goede coördinatie is tussen het sociaal beleid van gemeente en van OCMW. In die zin is het goed dat de OCMW-voorzitter het schepencollege bijwoont. Een aparte OCMW-structuur die in de luwte opereert, staat garant voor privacy, maar ook voor een beleid dat gespaard blijft van politiek en electoraal getouwtrek. Sociaal beleid is daar nog het best mee gebaat. Het is dus goed dat ook de 21 gemeenten in Zuid-Oost-Vlaanderen de opportuniteitsoverweging maken om de bevoegdheid van schepen van Sociale Zaken toe te wijzen aan de OCMW-voorzitter. In kleinere gemeente gaan we er d’office van uit dat één beleidsverantwoordelijke voor sociaal beleid (OCMW-voorzitter = schepen sociale zaken) in de gemeente een enorme meerwaarde en rationalisering kan betekenen. Je Kan je zelfs de vraag stellen of het anno 2006 nog verantwoord is dat in gemeenten met minder dan 10.000 inwoners – en zo hebben we er bij ons nogal wat - sociaal beleid moet uitgesplitst worden onder twee politiek verantwoordelijken?
|
Wie het schoentje past |
Zowel voor het debat rond sterkere gemeenteraden, als rond de positie van de OCMW-voorzitter, is het verhaal vooral afhankelijk van een lokale beleidscultuur. Hopelijk neemt er in elke gemeente minstens één beleidsverantwoordelijke de moeite om even na te denken of een kleine wijziging op wat er nu is en goed is, geen stap vooruit kan betekenen.
KVH |
Sociaal ZO-Vlaanderen |
Participatie en LSB |
 |
Site-overzicht |
 |
 |
 |
|