|
 |
Startpagina Van de redactie
|
 |
 |
Sociaal Zuid-Oost-Vlaanderen |
Onvoorstelbare verschillen tussen de gemeenten onderling. Het hangt er echt van af waar je woont, op welke sociale voorzieningen kan rekenen. Midden 2005 doorlichtten ACV, CM, Familiehulp en ACW met vereende krachten het sociaal beleid in de Aalst-Oudenaardse gemeenten. Het loont de moeite om het onderzoeksrapport eens ter hand te nemen.
Eerst dit: de Christelijke Arbeidersbeweging maakte de evaluatie aan de hand van een sociale spiegel. Dat meetinstrument omvat wel meer dan vijftig indicatoren in het beleid voor wonen, werken, welzijn, armoede en participatie. De meetoefening is niet wetenschappelijk en houdt noodgedwongen keuzes in want er zijn natuurlijk nog oneindig veel meer denkbare indicatoren. Toch geeft de ‘sociale spiegel’ een mooie gelegenheid tot evaluatie in de 21 gemeenten. En vooral: een aanmoediging om als gemeente zo sociaal mogelijk uit de hoek te komen.
Als het middenveld ergens voor gaat, dan doen ze het grondig. Tientallen beroepskrachten en vrijwilligers werkten tijdens gemeentelijke beleidsavonden samen rond sociale vraagstukken en prioriteitenlijstjes. Die resultaten werden verwerkt tot voorspelbare, maar ook markante vaststellingen.
|
Moeilijk voor kleine gemeenten |
Belangrijkste vaststelling is het feit dat vooral landelijke gemeenten slechter scoren in de sociale spiegel. Voor alle vijf de domeinen zien we dat de kleine steden (Ronse, Oudenaarde, Ninove, Geraardsbergen en Zottegem) iets beter scoren dan gemiddeld. Dat is logisch, die steden zuigen meer problemen aan en hebben een grotere capaciteit om sociaal beleid uit te bouwen. Een grotere dienst, meer middelen, meer personeel, meer ruimte voor creativiteit ook. Gelukkig maar, want het zijn juist die steden die net die creativiteit het meest nodig hebben en die een centrale rol hebben binnen de regio.
Algemeen scoort de Vlaamse Ardennen iets beter dan het Land van Aalst, maar niet zoveel. Enkel voor sociale huisvesting is dat omgekeerd, maar de Vlaamse Ardennen zijn altijd al een nakomersregio geweest inzake sociale woingen. De regio heeft één van de oudste woonpatrimonia van Vlaanderen. Relatief veel woningen met klein comfort … veel werk aan de winkel dus.
|
Armoede |
Als we de resultaten algemeen bekijken, zien we dat vooral armoede en participatie de twee domeinen zijn waarop onze gemeenten slecht scoren. Voor participatie is dat te wijten aan enkele slechte leerlingen (Aalst en Ninove) die het gemiddelde ferm naar omlaag trekken.
We zien heel duidelijk dat nog maar weinig gemeenten een echt armoedebeleid ontwikkeld hebben, terwijl het een probleem is dat allerminst afneemt. Vaak doen ze enkel het wettelijk verplichte. Dat is niet altijd slechte wil, hoor. Of toch niet overal, laat ons eerlijk zijn. Armoedeproblemen zijn heel complex, en zijn niet makkelijk aan te pakken met een kleine sociale dienst. Het zal zaak zijn om daar de komende jaren in het lokaal sociaal beleidsplan echt een stappenplan voor uit te werken.”
|
Namen noemen |
Gemeenten bij naam noemen is altijd gevaarlijk. Toch maakt de sociale spiegel duidelijk dat enkele gemeenten daadwerkelijk minder aandacht schenken aan sociaal beleid dan anderen. Brakel, Zwalm, Haaltert, Horebeke, Sint-Lievens-Houtem en Aalst staan in het rood, elk om andere redenen. Maar rode, of is het een zwarte, draad is telkens het gebrek aan betrokkenheid van andere partners. En dat zowel in het woon-, als het welzijns-, armoede-, als tewerkstellingsbeleid …
En zijn er dan geen goede leerlingen ook? Jawel hoor, op de optelsom van een aantal heel belangrijke en specifieke vragen (samenwerking en overleg met het middenveld, woonbeleidsplanning, ondersteuning van de thuiszorg, …) scoren bijna steeds weer dezelfde gemeenten iets beter. Denderleeuw, Zottegem, Herzele, Wortegem-Petegem en Ronse zijn daarvan voorbeelden, ook al telkens om andere redenen. Maar nog eens, dat zegt niet alles en het is zeker geen reden om op de lauweren te gaan rusten. Wie goed is in planning, kan beter doen in wonen of thuiszorg. En wie goede punten haalt op vlak van tewerkstelling, kan dan misschien wat lessen trekken uit de overlegstructuren van naburige gemeenten.
Aalst is bij ‘sociaal Zuid-Oost-Vlaanderen’ geen toonbeeld met een aura van een sociale trendsetter. Enkel op vlak van sociale huisvesting scoort de gemeente niet onder het gemiddelde van de regio. En eigenlijk is dat bedroevend voor een gemeente van die omvang.
Wat de landelijke gemeenten betreft, is het zo: hoe landelijker, hoe slechter men onder het gemiddelde scoort per thema.
|
In detail |
Naast de reeds eerder vermelde slechte resultaten op vlak van participatie van Aalst, Ninove, Brakel, …, moeten we nog enkele markante gemeenten onder het spotlicht plaatsen. Zo scoren Kruishoutem en Herzele goed op vlak van samenwerking tussen gemeente en OCMW, wat broodnodig is om van ‘lokaal sociaal beleid’ te kunnen spreken.. De samenwerking met de private partners loopt dan weer opvallend goed in Wortegem-Petegem, Herzele, Maarkedal en Denderleeuw. Ninove en Denderleeuw zijn goede woonplanners, terwijl Geraardsbergen, Ronse, Oudenaarde en Aalst dan weer goede informatieverstrekkers zijn rond wonen. Opvallend is ook de slechte score voor de Vlaamse Ardennen op vlak van overleg inzake werkgelegenheid. |
Meer |
De volledige presentatie met de evaluatie van het sociaal beleid in Z.O.Vlaanderen is op te vragen bij ACW Zuid-Oost-Vlaanderen, Sint-Jorisstraat 26, te 9300 Aalst. Telefoon: 055-23.79.03.
KVH |
Starten met cultuurparticipatie |
gemeenteraden sterker en socialer |
 |
Site-overzicht |
 |
 |
 |
|