|
 |
Startpagina Van de redactie
|
 |
 |
Waarom is lokaal sociaal beleid zo belangrijk? |
Velen vroegen het zich af: is lokaal sociaal beleid dan zo belangrijk dat er maandenlang zelfs door mensen van buiten de welzijnssector rond gewerkt, gedacht, voorbereid wordt? In een gesprek met Welzo pleit Stefaan Vercamer, secretaris van het ACW Zuid-Oost-Vlaanderen onomwonden voor maatschappelijke betrokkenheid. Het gaat niet alleen de ‘politiekers’ en de beroepsmensen in het welzijnswerk aan. Ook Jan De Bruycker, verbondssecretaris van ACV Aalst-Oudenaarde, Paul De Bryckere, directeur van CM Midden-Vlaanderen en An Jacquemijn, directeur bij Familiehulp vinden ‘LSB’ alle aandacht waard.
De laatste maanden hebben de organisaties onder de koepel van het ACW al heel wat gepubliceerd over LSB. Gaande van evaluaties, tot lokale beleidsvoorstellen, persacties, briefcampagnes, … heel wat initiatieven passeerden de revue. Elders in Welzo besteedden we al aandacht aan de evaluatie van sociaal beleid in Zuid-Oost-Vlaanderen. Waarom dit alles?
Vercamer: ‘Prioritair uitgangspunt voor onze organisaties is de vraag dat elk bestuur in het kader van het lokaal sociaal beleidsplan en/of Sociaal Huis een actief partnerschap stimuleert tussen lokaal bestuur enerzijds en private en semi-publieke derden. Zij moeten actief betrokken worden in de voorbereiding, opmaak, opvolging en uitvoering. Door andere aanbodverstrekkers of actoren te betrekken tijdens het plannings- en uitvoeringsproces, vergroot men immers de kans op afstemming en samenwerking in het beleid en met betrekking tot de zorg- en dienstverlening. Vanzelfsprekend zal een lokaal bestuur moeten rekening houden met filosofische evenwichten in de beleidsplanning als in de –uitvoering. Daar hebben we alle respect voor. ‘
Die bewegingsvisie vertrekt vanuit een complementair lokaal bestuur, dat in samenwerking met derdenactoren in een lokaal sociaal overlegforum, een lokaal sociaal beleid coördineert. Overheidsinitiatieven kunnen worden genomen op het ogenblik dat het private initiatief ontbreekt, heet dat. Het lokaal bestuur speelt op die manier in op maatschappelijke noden en leemtes. Vercamer: ‘Indien het gebrek aan aanbod te maken heeft met een middelen- of personeelstekort, dan is het de opdracht van het lokaal bestuur om dit te signaleren aan de hogere overheid.‘
Derdenactoren betekenen voor de organisaties van de Christelijke Arbeidersbeweging een brede focus van stakeholders bij het lokale sociale beleid. Dat zijn zowel professionele en individuele dienstverleners en hulpverleners (al dan niet lokaal aangestuurd), als de ruime verzameling van ervaringsdeskundigen, gebruikersgroepen en vrijwilligersorganisaties.
Vercamer: ‘Het politieke debat is heel belangrijk terzake, maar staat best los van het overleg met de actoren. Het kan voor ons ook niet dat dit verengd wordt tussen een taakstellingsdiscussie tussen gemeente en OCMW als openbare besturen. Het is dus jammer dat de discussie rond het nieuwe gemeentedecreet hier intervenieert. Toch wat een ongelukkige timing, als je het ons vraagt… Al strookt het ons inziens wel met behoorlijk bestuur dat de ontwikkelde publieke maatschappelijke dienstverlening van gemeente en OCMW gemeenschappelijk en eenduidig gecoördineerd en aangestuurd wordt. Al is dat voor ons geen kritische succesfactor voor het welslagen van een performant lokaal sociaal beleid. Het gaat om de inhoud en niet om de vorm.‘
Vercamer gaat enthousiast verder. ‘Eén van de belangrijkste aanknopingspunten voor de invulling van het Sociaal Huis is voor ons de virtuele éénloketfunctie. Het lokaal bestuur coördineert terzake een netwerk van actoren. Het eenheidsloket is een verzameling van ingangen in hulpverleningsprocessen. Respect voor gemaakte keuzes door en keuzevrijheid voor de cliënt of gebruiker staan daarbij voorop.‘
Naast deze algemene bedenkingen, hebben ACW, ACV, CM en Familiehulp ook heel concrete doelstellingen in de gemeenten. Vier thema’s werden daarvoor als prioritair beschouwd: wonen, werken, welzijn en armoede. We belichten ze één voor één.
|
Betaalbaar wonen als recht |
Vercamer: ‘Huisvesting, en meer bepaald betaalbaar wonen, is al vele jaren een belangrijk aandachtspunt voor onze organisaties. We hebben heel concrete doelstellingen om te realiseren in elke gemeente. Absolute topprioriteit is de vraag dat elk lokaal bestuur streeft naar een uitbreiding van een gemengd sociaal huisvestingsaanbod (mix = sociale koop & sociale huur & sociale bouwkavel) en dit doet dit in samenwerking met erkende sociale huisvestingsmaatschappijen. ‘
Het ACW wil concreet 6 % sociale huurwoningen op middellange termijn. Daar zijn we nog ver van af. Elk privaat woonproject van minstens 1 ha groot heeft daarvoor nood aan minstens 25 % sociale huur- en koopwoningen. Hoe moet dat verwezenlijkt worden?
Vercamer: ‘We pleiten voor een woonbeleidsplan in elke gemeente – eventueel als hoofdstuk in het lokaal sociaal beleidsplan -, als instrument voor een duurzaam woonbeleid, gebaseerd op een aantal korte en lange termijndoelstellingen, dat dan stelselmatig en projectmatig wordt ingevuld in functie van de lokale behoeften en in samenspraak en samenwerking met lokale actoren. Ad hoc benaderingen en natte vingerwerk, moeten definitief worden stopgezet. En met kleine maatregelen schieten we ook al een eind op. Zo vragen we dat elk lokaal bestuur een zitdag van de Huurdersbond (abonnement door de gemeente) organiseert en aansluit bij een erkend regionaal actief sociaal verhuurkantoor.‘
|
Werken aan werk |
Absolute topprioriteit op vlak van het luik tewerkstelling binnen lokaal sociaal beleid is de stelling dat het goed zou zijn, mocht elk lokaal bestuur lokale of regionale sociale economieprojecten betoelagen en er samenwerkingsverbanden mee ontwikkelen voor restauratie, renovatie, huishoudelijke klusjes, opvang, groenonderhoud, … Jan De Bruycker, verbondssecretaris van ACV Aalst-Oudenaarde, stelt het zo: ‘Tevens willen we dat de stedelijke lokale besturen actief zoeken naar bondgenoten of partners om sociale economie in de regio uit te bouwen. Van onze kant gaat er ook veel aandacht naar de belangrijke intermediaire rol van het lokaal bestuur en de voorbeeldfunctie in een algemeen tewerkstellingsbeleid. ‘
‘Elk lokaal bestuur organiseert best op (inter-)gemeentelijk niveau een werkgelegenheidsforum waarin de sociale partners daadwerkelijk zoeken naar mogelijkheden om de tewerkstellingsgraad in de gemeente op te drijven en sociale tewerkstellingsinitiatieven te ondersteunen. Dit kan eventueel in de schoot van het pwa. Hiervoor moet een degelijke analyse van de lokale arbeidsmarkt voorhanden zijn, ‘ aldus De Bruycker.
Daarenboven vormt de social profit een belangrijke bron van tewerkstelling. ‘Hiertoe kan een lokaal bestuur initiatieven nemen om maatschappelijke dienstverlening en evoluties te inventariseren en noden te detecteren waarin de bestaande instellingen en diensten vandaag niet voldaan wordt. In overleg met het werkveld kan via ondersteuning van de bestaande diensten bijkomende sociale tewerkstelling gecreëerd worden om aan deze noden te voldoen. Er kan via bijkomende tewerkstelling ook gezocht worden om de kwaliteit en zo nodig het aanbod van de eigen dienstverlening in instellingen en diensten van het lokaal bestuur te verhogen. ‘
|
Armoede uitsluiten |
Vercamer: ‘Onze topprioriteit: rond armoede in de steden organiseert het lokaal bestuur een permanente dialoog tussen lokaal bestuur enerzijds en doelgroep en betrokken organisaties anderzijds. De eventueel bestaande lokale verenigingen waar armen het woord nemen worden betoelaagd en aanzien als formele partner voor de uitbouw van een degelijk armoedebeleid. ‘
De Bruycker neemt over: ‘Elk lokaal bestuur ondersteunt jaarlijks ook een samenwerkingsactiviteit met de doelgroep naar aanleiding van 17 oktober (Internationale Dag van Verzet tegen Extreme Armoede). Aanvullende topprioriteit terzake is de vraag dat elk lokaal bestuur vrijwillige budgetbegeleiding hanteert als methodiek van schuldbeheer om de toenemende groep van mensen die met een schuldenprobleem te maken hebben respectvol te begeleiden. ‘
En concreet dan, want aan symbolen alleen heeft de doelgroep natuurlijk niets… De Bruycker: ‘Voor de financieel zwakste gezinnen wordt er best voorzien in ondersteuning voor huur, school, energie, medicatie, ADL en vrije tijd. Er komen initiatieven om kinderen uit kansarmoede alle kansen tot deelname aan schoolse extraatjes te garanderen. Uitgangspunt is het basisprincipe van echt ‘gratis onderwijs’ voor deze specifieke doelgroep. Ten slotte vragen we dat het lokaal bestuur informatie uitdraagt en sensibiliseringscampagnes en beleidsinitiatieven (tewerkstellingsforum) ontwikkelt naar bedrijven, diensten en instellingen rond de aanwerving van kansarme werkzoekenden. ‘
|
Welzijn op de agenda |
Paul De Bryckere, directeur van CM Midden-Vlaanderen geeft toelichting bij de prioriteiten rond het welzijnsbeleid in de gemeenten. ‘Onderzoek bevestigt het aanvoelen dat thuiszorg subjectief belangrijk is voor de bevolking. Voorwaarde voor een goede thuiszorg is een gezonde financiële onderbouw van de actoren in de sector. De gemeentelijke co-financiering van de diensten voor gezinszorg wordt hiervoor best overal op het niveau gebracht van de provinciale co-financiering. We streven naar een toelage van 0,75 € per uur als absolute topprioriteit. ‘
An Jacquemijn, directeur bij Familiehulp neemt over: ‘De zorgcoördinatie moet opgenomen worden door de meest nabije hulpverlener. Elk lokaal bestuur respecteert daarom ook de keuzevrijheid van elk individu in de vorm van respect voor gemaakte filosofische keuzes aan dienstverlening. ‘
De Bruyckere: ‘Via een mantelzorgpremie, geënt op de bestaande provinciale premie, worden mantelzorgers ondersteund in elke gemeente. Mantelzorgers die financieel moeten derven omwille van hun situatie worden structureel en inkomensgerelateerd geholpen door het lokaal bestuur. Aldus kan een lokaal bestuur bijdragen tot de betaalbaarheid van thuiszorg. Zo krijgen incontinente personen een vermindering in de huisvuilbelasting en geeft men een financiële tussenkomst in respijtzorg (= kortverblijf, dag- of nachtopvang). ‘
|
Info |
Het volledige programma van het Project LSB van de Christelijke Arbeidersbeweging is te verkrijgen via 055-23.79.03.
KC |
Lokaal Sociaal Beleid in eigenzinnige notendop |
Nood aan echt lokaal armoedebeleid in ZO-Vlaandere |
 |
Site-overzicht |
 |
 |
 |
|