|
 |
Startpagina Van de redactie
|
 |
 |
Lokaal Sociaal Beleid in eigenzinnige notendop |
‘Lokaal Sociaal Beleid, kortweg LSB, is het geheel van beleidsbepalingen en -acties ….,’ zo klinkt het in veel uitgaven rond de gemeentelijke sociale huishouding. Allerhande ingewikkelde terminologieën en definities vinden we terug. En – dat zal later in deze Welzo nog blijken - nog veel meer interpretaties zijn er voorhanden voor dit nieuw stadhuiswoord.
Kortweg mogen we LSB omschrijven als alles wat met sociale zaken te maken heeft op lokaal niveau. En dan bedoelen we de sociale politiek van het gemeentebestuur, van het OCMW-bestuur en van alle andere sociale organisaties, instellingen en verenigingen op het grondgebied van de gemeente. De mantelzorgpremie dus, maar evengoed de regeling van het ontslagmanagement tussen hospitaal en thuiszorgsector, naast het ziekenbezoek, de investeringen in een nieuwe RVT, in een vluchthuis, een consultatiebureau voor Kind & Gezin, … In één woord samengevat: alles. Of dat was toch de bedoeling…
‘Grote kinderen moeten hun verantwoordelijkheid kunnen nemen, dacht de Vlaamse Overheid. Gemeenten als pubers: ze krijgen wat vrijheid om te regelen wat ze zelf kunnen regelen (dat is goed!), maar het vertrouwen is dan ook weer niet groot genoeg om ze helemaal los te laten. Dus wat éénvormige regeltjes drongen zich op … in de vorm van een nieuw decreet, zowat anderhalf jaar geleden. Met tal van kleine lettertjes, coördinatiedoelstellingen, ongeschreven en nog meer onbedoelde memories van toelichting, en ook een hele resem weggestemde amendementen. De tijd drong immers. De Vlaamse verkiezingen stonden voor de deur en het moest nog vlug vlug het Vlaams Parlement doorgesluisd worden.
De gemeentelijke puber mag zelf regelen wat het kan regelen … Maar zoals met pubers, kan elke gemeente die vrijheid wel aan? Al gauw drong de noodzaak van bijsturing zich op, ook al door de coalitiewissel en vooral door de intenties van een nieuwe Welzijnskabinet bij de Vlaamse Regering. Via een omzendbrief probeerde men enkele zware vormvereisten op de lange baan te schuiven, en dat was zelfs niet helemaal onterecht. Maar er werd ook meer aandacht gevraagd voor participatie.
|
Participatiegedachte |
En daar wringt nu eigenlijk het schoentje! Participatie. Amai, overleg en betrokkenheid dus. Dat is de geest waarin de Vlaamse Overheid het decreet zou hebben opgesteld. Maar dat is ook de geest van de amendementen die werden weggestemd. Zou men het dan toch niet zo nauw genomen hebben met die participatiegedachte?
Het is alvast de verdienste van het nieuwe kabinet dat men ‘participatie’ opnieuw ontdekt heeft. De initiële kritieken op het ontwerpdecreet worden op die manier toch niet helemaal nutteloos geweest, maar ook de ervaringen en echo’s uit de praktijk van de meer dan 300 Vlaamse gemeenten dwongen de minister ertoe om aan de noodrem te trekken. Pubers hebben immers de neiging om niet allemaal in de pas te lopen.
Wordt het een grote of een kleine noodrem voor het kabinet van de minister van welzijn? Krijgen we een nieuwe omzendbrief met participatierichtlijnen voor doelgroepen of voor de derde grote steunpilaar in het decreet, namelijk de private welzijnssector? Al maanden overheerst hier de onduidelijkheid … toegegeven, al dan niet bewust gecreëerd door belanghebbenden.
Afijn, het hele verhaal bewijst wat anderhalf jaar aanzetten tot sociale beleidsplanning binnen de lokale besturen aantonen: participatie is leuk om over te schrijven, maar hoegenaamd niet gemakkelijk om in de praktijk te brengen. Zelfs niet voor mensen van goede wil … laat staan voor de non-believers.
Echt overtuigden hebben het al lang begrepen. Drie maanden voor de deadline voor het eerste plan nul, het eerste plan van het beleidsplan, is het kalf misschien al verdronken. Laat ons onze pijlen richten op het eerstvolgende plan, neen? De oefening voor de lokale besturen, de kans die ze hebben gekregen, hebben de meeste gemeenten opgevat als een vakantiewerk vanwege de klastitularis. Een verplicht nummer dus, en helemaal niet van harte. Dat betekent dat de participatieleerkrachten bij de opmaak van het volgende plan ervoor mogen zorgen dat ze basisregels van overleg en betrokkenheid opnieuw mogen uitleggen. From scratch … Het is nog niet verworven. Jammer, en zonde van de energie. De gemeente als lerende organisatie, laat me niet lachen … Doe nog maar een seminarie over kwaliteitsmanagement!
|
Van lichtpuntjes naar jubelvuren |
Het blijft voor de gemeentelijke beleidsmakers en – uitvoerders ook niet gemakkelijk om een weg te vinden in het principiële verhaal van participatie en coördinatie enerzijds en de kant-en-klare gemakkelijkheidsmodellen van hun syndicaat, de VVSG. Gelukkig ontstaan er her en der inspirerende voorbeelden, die helemaal niet in verslagboeken en pilootprojectnotaatjes terug te vinden zijn. Neen, echte voorbeelden die die naam waardig zijn. Sociale huizen met respect voor de private sector. Stuurgroepen met meer dan één alibi-afgevaardigde van het ziekenfonds van hetzelfde kleur. Beleidsplannen met meer ambitie dan het hoogst nodige. Hoorzittingen met meer interactie dan peptalk alleen van één studiebureau of bevoorrechte partner …
Alle hens aan dek dus om Lokaal Sociaal Beleid tot een Lokaal Sociaal Beleid te maken zoals bedoeld in het decreet. En niet zoals bedoeld in achterkamertjes, in marktonderzoek, electoralisme,… Alle zeilen bij ook in Zuid-Oost-Vlaanderen om de lichtpuntjes die er zijn tot jubelvuren te maken waar alleman wel bij vaart.
Want hadden we niet als intentie om de sociale huishouding te verbeteren voor de mensen? Mogen we even dromen, ja?
Klaus Van Hoecke |
Opstap naar sociale inzet |
Lokaal sociaal beleid belangrijk |
 |
Site-overzicht |
 |
 |
 |
|