Tegenover de ‘nieuwe media’ bestaat een grote onwennigheid, maar niet iedereen blijft bij de pakken zitten. Het zijn gelukkig niet alleen de jonge snaken die nuttig gebruik maken van beeldscherm en Internetkabel. Welzo vroeg aan Herman Slagmulder, bekende Aalstenaar en Vlaming (oud-leraar VTI en Stedelijke Academie voor Podiumkunsten Aalst, acteur en regisseur o.m. bij de Catarinisten, Malpertuis Tielt, in het verleden ook Ijzerbedevaart en Vlaams Zangfeest…), geëngageerd in o.m. het Priester Daensfonds en Wijkgezondheidscentrum Daenshuis naar zijn sprong over de digitale kloof.
Prehistorie Zeven jaar had ik nog voor de boeg in het VTI te Aalst toen ik werkmeester werd, verantwoordelijk voor de aankoop van grondstoffen, gereedschappen, toestellen, machines e.d. voor ‘de eerste graad’: de eerste twee jaren van het Technisch- en Beroepsonderwijs. Andere taken waren o.m. onderhoud en herstellingswerken aan de lokalen, opstellen van de lessenroosters, lokaalbezettingen en opvolgen van de programma’s Praktijk, Technologische Opvoeding en Technisch Tekenen. Daarbij ook nog inrichten van evaluatievergaderingen met de leerkrachten Technische Vakken en oudervergaderingen… Het was een boeiende tijd die er helemaal anders uitzag dan 25 jaar Technisch Leraar. Hoe dan ook het werd een periode van veel papierwerk en met de hand geschreven verslagen en uitnodigingen. Verder veel telefoontjes en mondelinge afspraken want…we waren nog in de prehistorie van de P.C… In het magazijn bv. werd alles nog propertjes met de hand in speciale ‘cahiers met lijntjes’ in- of uitgeschreven. Op de bureaus werd er vlijtig getypt en… met tipex gecorrigeerd. Er waren een paar vooruitstrevende knapen (jonge leraars) die kwamen stoefen dat zij al met de kompjoeter werkten, Zij keken meewarig neer op die oude knarren die in het stofferige verleden leefden en weldra zouden verdorren voor hun TV toestel, kijkend naar een of andere voetbalmatch of een soap à la ‘Thuis’ of ‘Familie’
Dure eed
Ik zwoer toen (in stilte) dat ik bij mijn op pensioenstelling alles in het werk zou stellen om aan die onvolwassen Strebers te tonen dat ik niet versleten maar nog ‘up to date’ was. Doch de PC-r evolutie ging sneller dan de Industriële Revolutie en ik herinner me levendig op het einde van de tachtiger jaren uit vorige eeuw, de angstaanjagende en alarmerende berichten van de personeelsleden op de bureaus i.v.m. verplichte herscholing, bijscholing, naschoolse lessen en zomeer om de computer te leren kennen en te leren mee omgaan. De werkplaatsleider, verantwoordelijke voor de magazijnen – je weet nog wel – met de ‘cahier met lijntjes’, ging onmiddellijk met pensioen hoewel hij nog recht had op enkele maanden voor zijn 65ste. Ik zwaaide later ook af en zocht aansluiting met het peloton der computerspecialisten. Een eerste vereiste was een beetje leren typen want dat had ik van mijn leven nog niet gedaan hoewel er een typemachine, gekregen van een familielid, ter beschikking stond. Ik schreef me in aan de Provinciale School in Ninove voor de cursus’Werk Wijzer met Word 2000’ en werkte thuis op een afgedankte PC van mijn zoon…. vooral om wat te leren typen met meer dan één vinger. Na 2 semesters hield ik het in Ninove voor bekeken… Na Word werd het Windows en ik kocht me een tweedehandscomputer ‘Windows 2000’, die volgens mijn vriend Erik D’Hondt niet deugt, maar waar ik nog altijd mee verder pruts. Opera in Budapest via Internet Ik kan CD’s branden maar naar het schijnt is dat verboden en op Internet werken heb op eigen houtje wat geleerd. Vorig jaar zijn mijn vrouw en ik naar Hongarije geweest en ik heb de hele reis met hotelreservaties en kaarten voor de opera in Budapest ‘on line’ zelf gedaan. Ik heb al over heel wat andere mogelijkheden horen spreken zoals o.m. ‘chatten’ maar dat interesseert me niet. Ik krijg ook soms foto’s binnen via Adobe, dat vind ik fijn maar aangezien ik niet (nog) zo rijk ben om zelf een digitaal fotoapparaat te kopen blijft het bij kijken. Een scanner is ook plezierig en waarschijnlijk kan ik nog heel wat andere mogelijkheden ontdekken maar er kruipt allemaal zoveel tijd in om dat onder de knie te krijgen. Mijn vrouw zegt nu al:’zit ge weeral op uwen kompjoeter’. Eigenlijk denk ik genoeg mijn plan te kunnen trekken om met dat peloton mee te kunnen. Een brief (mail!) naar een vriend, een bestelling voor kaarten ‘on line’, een bestek via Excel, een opzoeking via Google, een zelfgemaakt kaartje voor kerst- of nieuwjaar, het inkijken van artikels in dag - of weekbladen…De briefwisseling of de laatste moppen in de ‘mailbox’… Het zijn dingen waar we zelfs niet konden van dromen… omdat ze niet bestonden. Zoals ook de TV en andere moderne communicatiemiddelen de leefwereld van de 65 plussers helemaal veranderd hebben.
Communicatie ook zonder PC…
Ik ben tevreden dat ik dat op mijn leeftijd allemaal nog kan meemaken maar toch denk ik soms: hoe komt het toch dat er nog zoveel communicatiestoornissen tussen de mensen zijn in een wereld die overspoeld wordt met communicatievormen. En daarom zet ik tijdig dat schermpje op’afsluiten’ om een gewoon gesprek te beginnen met de vrouw of de vrienden. Ik sta dan tegenover mijn gesprekspartner en kijk hem of haar aan. Ik zie in de ogen, de spiegels der ziel, wat er van binnen omgaat. Kijken ze schichtig heen en weer of zoeken ze rustig contact? Ik zie de gefronste wenkbrauwen of het ontspannen voorhoofd, de blos of de lijkbleke kleur op de wangen. Ik hoor de gelijkmatige of onrustige ademhaling. Ik luister naar de klank, de intonatie, de spreeksnelheid, de toonhoogte van de stem. Zo een dialoog voeren zegt zoveel meer dan de dode letters en cijfers op een scherm. Dan pas wordt ‘communiceren’ een feest.
Herman Slagmulder |